Luizen

Wij gaan ervan uit dat ouders weten, dat ze dagelijks de haren van de kinderen moeten kammen om te voorkomen dat een kind luizen krijgt. Losse haren vragen om luizenbezoek. Een staart (staartjes) is het meest veilig. Uiteraard kunt u uw kind een tas meegeven om de jas in op te bergen. Heeft uw kind toch onverwachts luizenbezoek, dan moet u de haren van uw kind behandelen met een luizendodend middel. Uw apotheker kan u hierin adviseren. Als u geconstateerd hebt dat uw kind luizen heeft, dan moet u uw kind eerst behandelen en dan pas naar school sturen. Uw kind hoeft hooguit een ochtend of een middag te verzuimen. Zijn in een klas de luizen niet uit te roeien, dan zullen wij vragen of een aantal ouders de groep regelmatig wil controleren.

 

Op de website www.luistelijf.nl is veel info te vinden.

Hieronder een samenvatting :

 

Wat weten we over hoofdluis?

Wat is een hoofdluis?

De hoofdluis heeft een heel deftige Latijnse naam: Pediculosis capitis. Maar het is eigenlijk een heel klein insect zonder vleugels, met een vlak, spits toelopend lijfje en een smal, halfrond kopje. Een hoofdluis kan ongeveer 4 millimeter groot worden.
Het liefst zit de hoofluis in hoofdhaar, maar soms zit ie ook in wenkbrauwen of in wimpers. De hoofdluis houdt vooral van warme plekjes. Hij zit daarom vaak achter de oren, in de nek, onder een pony of onder staartjes. Hoofdluizen hebben sterke klempoten waarmee zij zich stevig vastklemmen aan haren. Anders zouden ze er meteen weer uitvallen.
Een hoofdluis leeft van het bloed van mensen. Als hij gegeten heeft, verandert zijn lijf van een blauw-grijze kleur in een rode kleur. De luis zuigt 2 tot 3 keer per 24 uur een beetje bloed. Dat gaat heel langzaam, het duurt wel 35 tot 45 minuten per keer.

Een luizenleven

De luis wordt geboren uit een eitje. Hij wordt daarna een nimf, en wisselt drie keer van velletje voordat hij volwassen wordt. Nimfen en volwassen luizen hebben een mond in de vorm van een naald, waarmee ze het bloed kunnen opzuigen. Dat doet trouwens geen pijn, maar leuk is het ook niet.
De vrouwtjesluis legt ongeveer 4 tot 8 eieren per dag, totaal in haar hele leven 50 tot 150 eieren. Een eitje ziet eruit als een tonnetje, maar is heel klein: maar 0,8 tot 1,0 mm lang en ongeveer 0,3 mm breed. Die eieren worden neten genoemd. Ze plakt die neten vast aan de haren, vlak boven de huid. Dat doet ze met een soort lijm, die je niet met water kunt wegvegen. Als je luizen hebt, helpt gewoon wassen dus niet om ze weg te krijgen.
Aan de bovenkant van het ei zit een kapje, dat openspringt als de larve na 4 tot 14 dagen naar buiten komt. Het duurt ongeveer 2 tot 4 weken voordat een eitje een volwassen luis geworden is. Een volwassen luis leeft 30 tot 50 dagen. Als een volwassen luis niets te eten krijgt, dus in de kamer op de vloer of in een trui zit, kan hij maar 2 dagen overleven. Neten houden het langer vol, een deel van de neten kan het in een gewone kamer 6 dagen uithouden.

Overlopers en hardlopers

Luizen kunnen niet vliegen, niet zwemmen en ook niet springen. Ze kunnen wel snel overlopen van hoofd naar hoofd (tijdens knuffelen, samen spelen of slapen) of via beddengoed, knuffels, mutsen, petjes, kammen, autobekleding op een hoofd terecht komen.

Hoe weet je of je luizen hebt?

De meeste mensen hebben geen last van hoofdluis, ze merken niet eens dat ze hoofdluizen in hun haar hebben. Sommige mensen met hoofdluis hebben wel last van jeuk. Die jeuk komt door een beetje spuug dat de hoofdluis in het hoofd spuit voordat hij bloed gaat zuigen.
Met een vergrootglas kun je de neten op het haar zien zitten. Neten lijken op roos maar neten zitten heel vast aan het haar en zijn moeilijk te verwijderen. Zijn er neten, dan zijn er meestal ook luizen. Je kunt luizen vinden door het haar te kammen met een fijne stofkam. Het beste doe je dat boven een stuk wit papier of boven een wasbak. Je hebt er goed licht bij nodig.

Is hoofdluis hebben schadelijk of vies?

Nee. Hoofdluis komt op de hele wereld voor en is wel besmettelijk. Maar hoofdluizen brengen geen ziekten over; ze zijn alleen maar lastig. Ze zijn vooral een probleem voor kinderen, hun ouders en scholen. Daarnaast is het natuurlijk helemaal niet leuk om hoofdluis te hebben, de meeste kinderen en volwassen mensen schamen zich een beetje om te zeggen dat ze hoofdluis hebben. Soms worden kinderen met hoofdluis ermee gepest. Dat is niet terecht want je krijgt luizen altijd van iemand anders, zonder dat je er iets aan kan doen.

Wat moet je doen tegen hoofdluis?

Wat je vooral niet moet doen, als je jeuk hebt van hoofdluizen, is krabben. Als je hard gaat krabben kunnen namelijk vervelende infecties met bacteriën en huidontstekingen ontstaan.
Luizen moet je met een middeltje behandelen. Daarvoor zijn verschillende middelen te koop, zoals speciale shampoos of lotions. Naar schatting wordt er jaarlijks voor 25 miljoen gulden aan anti-luizenmiddelen verkocht. Lotions lijken beter te werken dan de shampoos. Sommige behandelingen (zoals die met malathion) stinken nogal, terwijl het ook nog eens 12 uur op het hoofd moet blijven zitten. Dat is dus lastig.
Als in je klas of in je gezin bij iemand hoofdluis wordt ontdekt, moeten alle personen in de buurt ook gecontroleerd en behandeld worden. Verder moeten alle kleren, het beddengoed, mutsen, sjaals, knuffels e.d. op 60° C gewassen worden. Wat niet gewassen kan worden moet een week lang in een plastic zak weggezet worden. Daarom vind jouw moeder het niet leuk als je met hoofdluis thuis komt; het levert een hoop extra werk op.
Sommige ouders willen hun kinderen niet behandelen met een antiluizenmiddel vanwege de giftige stoffen die erin zitten. Dagelijks kammen van je natte haar met een stalen netenkam gedurende twee weken werkt ook, en het is niet schadelijk. Door de haren nat te maken met verdunde azijn zouden de neten makkelijker los laten. Dit zorgvuldig kammen duurt wel lang, vooral bij kinderen met lang en dik haar.

Hebben alleen kinderen last van hoofdluis?

Nee. Iedereen kan hoofdluis krijgen. Van jong tot oud, van weinig haar tot veel haar. Het is wel zo dat kinderen er meer last van hebben omdat ze vaak in grote groepen spelen of naar school gaan. Kinderen nemen de hoofdluizen zonder het te weten mee naar huis, waardoor ook broertjes, zusjes en vaders en moeders last krijgen. En zo kan de hoofdluis heel veel mensen besmetten. Wie heeft of wat geeft veel risico op hoofdluis?

  • kinderen (4- 12 jaar) meer dan baby’s en volwassenen
  • meisjes meer dan jongens
  • lang haar meer dan kort haar
  • sluik haar meer dan krullend haar
  • schoon haar meer dan vies haar
  • haren los meer dan haren opgebonden
  • samen spelen, samen slapen
  • kapstokken die te dicht naast elkaar hangen (tenzij jassen altijd in plastic zakken)
  • grote gezinnen

Bronnen:

  1. Bannenberg en A.Emans: Hoofdluis: een netelig probleem. Infefectiezieketen-bulletin (1995) nr 4, 74-80.

Resistentie-vrije therapie tegen hoofdluis. Infectieziekten-bulletin (1997)3, 55-56.

Stuke, K. en M.Metsaars. Hoofdluizen, een blijvend probleem? Landbouwuniversiteit Wageningen, 1997.

De meest gestelde vragen over luizen en neten

(met dank aan de GGD Den Haag)

ALGEMEEN

  1. Mag je je kind thuis houden als er kinderen met luizen zijn op school?
    Kinderen mogen niet van school verzuimen, omdat ze zelf luizen hebben of hun klasgenoten.
  2. Waar zitten de luizen?
    Luizen hebben voorkeur voor warme, vochtige en donkere plekken op de hoofdhuid (onder de pony, achter de oren en in de nek).
  3. Zijn er altijd neten als er luizen op het hoofd zitten?
    De vrouwelijke hoofdluis plakt eieren als zgn. neten vlak bij de haarinplant. De neten zijn tonvormig en circa 0,88 mm lang. Een neet zit vastgeplakt, een dode neet kun je uit het haar trekken. Na een behandeling kunnen alle luizen en neten weg zijn. Dode, lege, uitgegroeide neten worden helaas soms voor levende neten aangezien.
  4. Op welke wijze kan de school ouders info geven?
    Schriftelijk: via een brief, in de schoolgids, een brochure en melding op de voordeur van de school of het klaslokaal.
    Mondeling: bij de inschrijving, op en ouderbijeenkomst of huisbezoek
    Werkblad of kleurplaat: via het kind n.a.v. een les in de klas
  5. Zijn de kappers voorgelicht?
    Kappers krijgen in hun opleiding info over hoofdluis en de maatregelen die zij moeten treffen wanneer zij een cliënt met hoofdluis in hun kapsalon krijgen.
    Wie hoofdluis heeft wordt niet geknipt of gewassen door de kapper.
  6. Zijn er kaminstructies in andere talen?
    Vaak heeft een GGD een kaminstructie in het Nederlands op papier.
    Wanneer het nodig is kan een GGD voorlichters eigen taal inzettenbij de instructie over het kammen.
  7. Is het waar dat luizen op zwemwater drijven en mijn kind besmetten?
    Luizen kunnen niet op zwemwater drijven. Chloor vermindert de werking van matlathionhoudende producten (Prioderm en Noury).
    Daarom wordt afgeraden om te gaan zwemmen wanneer het hoofd van het kind pas is behandeld met malathionhoudende producten.
  8. Wat is het verschil tussen roos en neten?
    Soms zien ouders roos voor neten aan. Toch is er verschil. Roos is een huidschilfer en valt spontaan van het hoofd. Neten zitten heel stevig vastgeplakt.
  9. Wat zijn de overlevingskansen van een hoofdluis bij een vette hoofdhuid of vet haar?
    Luizen en neten leven dol graag op een schoon hoofd, dus de voorkeur voor vet haar is beperkt.

BEHANDELING

  1. Wat is de overlevingskans door het gebruik van haargel en cocosvet?
    Bij sommige kinderen schijnt dit te helpen. Bij andere kinderen juist weer niet.
  2. Hebben gel, wax, lak e.d. invloed op de luis?
    Bij de een wel en bij de ander niet.
  3. Met welke kam moet ik kammen en waarom?
    De stofkam dient om de wekelijkse controle uit te voeren en luizen uit het haar te kammen.
    Neten voorzichtig loskammen met de Nisska-kam (ijzeren kam met lange tanden verkrijgbaar bij de apotheek) .
  4. Kunnen er na het kammen luizen achter blijven?
    De kans dat een luis achter blijft bestaat. Wanneer een luis eitjes heeft gelegd komen de eitjes na zeven dag uit en dan lopen er dus weer kleine luisjes door het haar.
  5. Waar laat je de luizen, nadat je ze uit het haar hebt gehaald?
    Dood drukken of verbranden.
    In een bakje met water doen en door de wc of de wastafel spoelen.
  6. Kunnen luizen springen?
    Luizen zijn overlopers. De besmetting ontstaat dan ook door direct contact. Direct contact met kinderen en volwassenen is één van de oorzaken.
    Luizen lopen ook over via jassen op een kapstok, via shawls en mutsen, via beddengoed, of door het gebruik van dezelfde kam of borstel.
  7. Hoe lang kunnen luizen zonder mensenbloed?
    Bij kamertemperatuur (20 graden) en zonder bloed kan een volwassen luis maximaal 48 – 55 uur overleven. Een neet kan soms na 6 dagen nog leven.
  8. Is het verstandig kinderen met chemische middelen te behandelen? Het meest effectief is kammen met de stofkam en de Nisska-kam. Wanneer dit (b.v. na twee weken) geen effect heeft kan een chemisch middel gebruikt worden. Een chemisch middel is een hulpmiddel.
  9. Zijn er schadelijke effecten van de chemische bestrijdingsmiddelen? Is er een verschil qua schadelijkheid tussen de verschillende bestrijdingsmiddelen?
    De GGD noemt alleen de chemische middelen, die zijn getest en goedgekeurd op veiligheid en staan vermeld in het Pharmoco Therapeutisch Kompas.
    Wanneer de middelen geheel volgens de aanwijzingen uit de bijsluiterworden opgevolgd kan dit geen schade opleveren.
    Kans op schadelijke gevolgen bestaat alléén, wanneer het middel op een andere wijze wordt toegepast dan is aangegeven.
  10. Waarom worden de chemische middelen op doktersrecept niet vergoed?
    Geneesmiddelen worden vergoed. Luizenmiddelen behoren niet tot decategorie geneesmiddelen.
  11. Welk chemisch middel is het best?
    Het ene middel is niet beter dan het ander. Wel is bekend dat malathionhoudende producten meer effect hebben dan de andere middelen.
    Malathionhoudende producten scoren bij ouders en kinderen minder, omdat de reuk niet zo aantrekkelijk is. Goed de gebruiksaanwijzing volgen.
  12. Bestaan er luizenstammen die resistent zijn tegen malathion of permetrine?
    In toenemende mate wordt melding gemaakt van resistentie, zowel in Nederland als in het buitenland. Uit enquêtes blijkt tot nu toe dat malathion de minste resistentie geeft. Momenteel biedt geen enkel middel garantie op een succesvolle therapie. Herbesmetting, onjuist gebruik van het middel en achterwege laten van de behandeling is vaak de oorzaak van therapie-falen.
  13. Wat moet ik doen? Ik heb mijn kind 10 x behandeld, maar het heeft nog steeds luizen.
    Soms blijkt dat ouders dode neten aanzien voor levende neten. Ze blijven dan behandelen, terwijl er van besmetting geen sprake meer is. Het enige wat nog te doen valt is het regelmatig kammen van het haar om er voor te zorgen dat ook de dode neten uit het haar worden gekamd. Een andere mogelijkheid is een ander middel (b.v. lotion) gebruiken.
  14. Waarom is binnen het gezin altijd hetzelfde kind de “klos” als er luizen zijn?
    Luizen en neten hebben ook hun voorkeuren. Het ene hoofdhaar is aantrekkelijker dan het andere. Het is niet te verklaren hoe dat zit. Hetzelfde verschijnsel zien we bij muggenbeten. De ene persoon is aantrekkelijker voor muggen dan de ander.
  15. Moet ik echt alles op 60 o wassen dus de bedden verschonen, schoonmaken zuigen van de meubelen, knuffels, mutsen en autostoelen?
    Om te voorkomen dat uw inspanningen (kammen of behandeling met chemisch middel) voor niets zijn moet u echt alles grondig schoonmaken.
    Knuffels en andere zaken kunnen ook in de vrieskist worden gedaan dan vriezen de luizen n.l. dood.

OUDERBRIGADES EN SCHOOL

  1. Mag je ouders vragen om hoofden van kinderen te controleren?
    Nooit impulsief handelen zonder toestemming van de betrokken ouders. Wanneer een school overweegt ouders in te schakelen bij de strijd tegen hoofdluis dan moet er een plan van aanpak worden gemaakt en hierover moet met alle geledingen binnen de school over worden gesproken.
  2. Wat moet een school allemaal doen om een ouderbrigade te laten starten?
    Schoolbeleid opstellen m.b.t. de ouderbrigade dus goede communicatie met ouders, leerkrachten, MR en OR m.b.t. voor- en nadelen voordat een definitieve beslissing wordt genomen.
  3. Nemen ouderbrigades de verantwoordelijkheid over van ouders?
    Leden van de ouderbrigade hebben een signalerende taak. Ouders hebben en houden altijd de verantwoordelijkheid.
  4. Wie meldt de uitslag van de controle aan de ouders?
    In de praktijk blijkt dat iedere school daar een eigen kijk op heeft en eigen beleid opvoert.
    De GGD adviseert de ouderbrigade te laten controleren en registreren.
    De groepsleerkracht is verantwoordelijk voor de communicatie met de ouder. Hij/zij licht de ouder van het kind, bij wie luizen zijn geconstateerd, in.
  5. Met welke frequentie controleert de ouderbrigade?
    Structureel na iedere schoolvakantie en incidenteel wanneer daar reden voor is b.v. een explosie (deze controle kan zich beperken tot een of enkele groepen).
    Stel ouders en kinderen hiervan ALTIJD VAN TEVOREN op de hoogte!
  6. Welke groepen moeten worden gecontroleerd?
    Structureel alle groepen en incidenteel alleen de groep waarin zich de luizen hebben voorgedaan.
  7. Heeft de ouderbrigade voorlichtingsmateriaal voorhanden?
    De ouderbrigade is op de hoogte van de materialen, die de GGD beschikbaar heeft. Er is altijd voldoende materiaal aanwezig of het kan per plaatse worden gekopieerd. brochures, brieven of artikelen
  8. Wat doe je met kinderen die hoofdluis blijven houden?
    Gesprek met de ouders, door de groepsleerkracht, over de controle, het kammen en de verdere maatregelen binnen het huis. Indien noodzakelijk instructie of hulp bij de behandeling aanbieden b.v. door een ouder, die heel bedreven is in het kammen. Al laatste stap een huisbezoek van de verpleegkundige van de GGD.